Hoeveel kost een eigen auto écht? De volledige rekening van 2026
Afschrijving, verzekering, motorrijtuigenbelasting, parkeren, onderhoud, brandstof. Veel mensen rekenen alleen met benzine en denken dat ze hun auto goedkoop hebben. De volledige optelsom valt vaak zwaar tegen.
Twee soorten kosten
Een auto heeft twee soorten kosten. De eerste soort betaal je altijd, of je nu rijdt of niet: afschrijving, verzekering, motorrijtuigenbelasting, onderhoud en parkeren. Dat zijn de vaste kosten. Voor een gemiddelde tweedehands middenklasse-auto (vijf jaar oud, benzine) kom je daarmee op ~€3.400 per jaar.
De tweede soort zijn de variabele kosten: brandstof. Die betaal je alleen als je ook daadwerkelijk rijdt. Bij gemiddeld gebruik (7.000-10.000 km per jaar) kom je in totaal op ~€4.460-€4.900 per jaar. Met een dure parkeervergunning in een grote stad (€600+ in Amsterdam) en meer rijden: richting €5.500-€5.700.
De vaste kosten zijn het punt. Die €3.400 loopt elke maand door, rijdt de auto of niet. Elke rit die je niet maakt, betaal je toch.
De vaste kosten op een rij
Onderstaande bedragen zijn gebaseerd op Nibud 2026, voor een middenklasse-auto van vijf jaar oud met gemiddeld onderhoud en een parkeervergunning in een middelgrote stad.
- Afschrijving: €1.400/jaar bij 7 jaar lineair op een aanschafprijs van €18.000. Bij een nieuwere auto fors hoger.
- Motorrijtuigenbelasting: €600/jaar voor een benzine-middenklasser. EV: €0-€200, diesel: €1.000+.
- Verzekering (allrisk): €720/jaar voor 30+ met schadevrije jaren. Jongeren of na een claim: 2-3x hoger.
- Onderhoud en banden: €450/jaar gemiddeld bij regulier onderhoud.
- APK: €60/jaar (om de 1-2 jaar verplicht).
- Parkeervergunning: €180/jaar gemiddeld, €600+ in centra van Amsterdam of Utrecht.
Subtotaal vaste kosten: ~€3.410/jaar. Dit betaal je ongeacht of de auto rijdt. Voeg je brandstof bij op voor gemiddeld gebruik (7.000-10.000 km/jaar), dan kom je op ~€4.460-€4.900 per jaar totaal.
Plus de variabele kosten
Bij €2,23 per liter benzine (Euro 95) en 1:15 verbruik kost een kilometer ongeveer €0,15. Voor 10.000 km/jaar: ~€1.490. Bij een EV met thuislader: zo'n €0,04/km (bij ±€0,30/kWh en 15 kWh/100 km), dus ~€430/jaar. Bij openbare snelladers loopt dat richting €0,13/km (bij ±€0,85/kWh).
De grafiek die alles duidelijk maakt
Stel je twee horizontale lijnen voor: één voor de eigen auto, één voor de deelauto. Bij de eigen auto begint die lijn hoog (vaste kosten) en stijgt licht met kilometers. Bij de deelauto begint hij op nul en stijgt steiler (alle kosten zitten in de kilometer). Daar waar ze elkaar snijden, ligt het omslagpunt.
Voor de gemiddelde Nederlander in 2026 ligt dat omslag rond de ~8.100 km/jaar. Onder dat aantal: deelauto in alle gevallen voordeliger. Tussen 8.100 en ~12.300 km: grijs gebied. Boven 12.000 km: eigen auto wint.
Volledige grafiek inclusief interactieve schuif: zie het artikel Wanneer is een deelauto slimmer?.
Wanneer is eigen auto wél de slimste keuze?
De vergelijking is nooit zwart-wit. Een eigen auto wint duidelijk in deze situaties:
- Je rijdt meer dan 12.000 km per jaar regelmatig (woon-werk dagelijks).
- Je woont op het platteland zonder dekking van een deelauto-aanbieder.
- Je bent vaak op onhandige tijden onderweg (nachtdiensten, last-minute).
- Je hebt een leaseauto via werk, vaak fiscaal voordeliger dan zelf rekenen.
Zit je daarbuiten? Reken eens door. Veel mensen ontdekken dat ze hun auto al jaren onbenut hebben.